Hendrik
van Veldeke

Veldeke geldt als de allereerste dichter in de Nederlandse volkstaal. Hij was een man van de streek en verbleef een tijd aan het hof van Graaf Lodewijk I en Agnes. Gravin Agnes gaf hem de opdracht tot het schrijven van de legende van de heilige Servaas.

Hendrik
van Veldeke

Veldeke geldt als de allereerste dichter in de Nederlandse volkstaal. Hij was een man van de streek en verbleef een tijd aan het hof van Graaf Lodewijk I en Agnes. Gravin Agnes gaf hem de opdracht tot het schrijven van de legende van de heilige Servaas. Servaas was de bisschop van de Tungri in de Gallo-Romeinse 4de eeuw. Hij ligt begraven en wordt vereerd in Maastricht. De Graaf van Loon was toenmalig voogd van het Servaasdomein in Maastricht. De Servaaslegende van Veldeke is de vroegste literaire tekst in het Nederlands.
Hendrik van Veldeke maakte ook gedichten, ‘hoofse lyriek’. Hij was een tijdgenoot van andere dichters zoals Walter von der Vogelweide (uit Würzburg) of de rondreizende Zuid-Franse troubadours, de ‘minnezangers’. In de loop van zijn leven is Veldeke meer dieper oostwaarts getrokken. In Duitsland wordt de dichter Veldeke hogelijk geëerd.
Het gedicht op de Gravenmuur is een latere  Hoogduitse versie van een gedicht dat Veldeke eerder geschreven in de taal van onze regio. In deze eerdere versie herken je nog de huidige Loonse tongval. Zie hier deze oudere versie in Veldekes moedertaal:

Het doen die vogele wale schiin
dat sie die boume sien gebloet.
here sanc dé maket mich den moet so goet
dat ich bin vro noch trurech niene kan siin.
Got ere sie die mich dat doet
also verre al over Riin,
dat mich die sorgen siin geboet
al da miin lief sich verellenden moet.