Waarom?
Het Graafschap Loon in de marge van onze geschiedenisboeken…

Onze geschiedenislessen leken zich altijd te beperken tot de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant.

Waarom?
Het Graafschap Loon in de marge van onze geschiedenisboeken…

Onze geschiedenislessen leken zich altijd te beperken tot de geschiedenis van het graafschap Vlaanderen en het hertogdom Brabant. We leerden van de Gulden Sporenslag in 1302 en misschien ook van de Slag van Woeringen in 1288. De eerste was belangrijk voor vrijheid ten aanzien van de Franse koning, de andere voor positionering ten aanzien van de Duitse keizer.
Was de Graaf van Loon daar niet bij betrokken? Natuurlijk wel. Graaf Arnold V en zijn leenmannen streden aan de zijde van Brabant en Vlaanderen. Al moet gezegd worden dat hij een gewiekste rol speelde en soms opportunistisch de kat uit de boom keek. Op de Groeningekouter arriveerde de Graaf van Loon te laat…
Toen Graaf Lodewijk IV in 1336 kinderloos overleed brak de eerste Loonse successiestrijd uit. In 1361 stierf de Loonse Graaf Diederik van Heinsberg, opnieuw zonder nakomelingen. Het werd het begin van een tweede Loonse successiestrijd. En uiteindelijk ging het Graafschap Loon terug naar de leenheer, de Prinsbisschop van Luik. Voortaan was de Prinsbisschop van Luik ook de Graaf van Loon. De Loonse beleidsstructuren bleven grotendeels bestaan, met de drie Standen of Staten. Een nieuwe Prinsbisschop werd in de kerk van Borgloon aangesteld als Graaf van Loon.  De Loonse steden behielden hun vrijheden.
Op de Gravenmuur zie je het zogenaamde ‘perron’ dat op de markt in Borgloon staat. Een perron verbeeldde in het prinsbisdom Luik de stadsvrijheden. De Luikse prinsbisschop staat voor de bogengalerij van het stadhuis van Borgloon, dat men altijd het Grevenhuis is blijven noemen. Het gezicht van de Luikse Prins werd getekend naar een tekening van Prinsbisschop Jan van Beieren.

Als onderdeel van het prinsbisdom Luik behoudt het graafschap Loon een relatieve autonomie binnen het Duitse keizerrijk, de eeuwen door. Hier hebben de Bourgondiërs, de Spaanse en de Oostenrijkse Habsburgers nooit de plak kunnen zwaaien zoals in de overige delen van het latere België.